 |
|
Geschiedtheoretische beschouwingen over het NIOD-rapport
Redactie: Frank Ankersmit, Maria Grever, Ed Jonker, Rik Peters, Kees Ribbens
Op 11 juli 1995 viel de door Dutchbat verdedigde Safe Area Srebrenica. Kort daarna vermoordden Bosnische Serven duizenden Moslims. In opdracht van de Nederlandse regering onderzocht het NIOD de oorzaken en consequenties van deze tragedie de grootste massamoord in Europa sinds de Tweede Wereldoorlog.
Na de publicatie van het lang verwachte rapport in 2002, trad toenmalig minister-president Kok af. Zelden zijn historici zo direct verbonden geweest met de conjunctuur van het politieke bedrijf.
Er is in de media veel over het NIOD-onderzoek geschreven. In deze bijzondere uitgave analyseren geschiedfilosofen en historici het zeer omvangrijke rapport. Niet eerder kreeg een actueel historisch onderzoek in Nederland zoveel aandacht
vanuit de geschiedtheorie. De auteurs bespreken de wijze van verklaren, het gebruik van begrippen, de retoriek, de verhouding tussen politiek en geschiedschrijving en de benadering van de schuldvraag. Vervolgens reageren onderzoekers van het NIOD op deze kritiek.
Het resultaat van deze gedachtewisseling is een indringende reflectie op contemporaine geschiedschrijving die uitgaat boven de gebruikelijke controverse tussen ‘zelfbenoemde rechercheurs van de theoriepolitie’ en ‘eenvoudige’ historici.
ARTIKELEN
Frank Ankersmit, Maria Grever, Ed Jonker, Rik Peters, Kees Ribbens
Het Srebrenica-rapport. Wat leren we ervan?
Floribert Baudet - Srebrenica, een ‘veilig’ gebied. Het laatste woord over de val van een safe area?
Is de toedracht van de val van de enclave Srebrenica en de daaropvolgende massamoord afdoende verklaard nu het niod-rapport Srebrenica, een ‘veilig’ gebied is verschenen? Deze vraag staat centraal in de kritische beschouwing van
Floribert Baudet. Hij gaat in op de samenstelling van het onderzoeksteam en op de bevindingen en invalshoeken van het hoofdrapport en de bijlagen.
Antoon De Baets - Na de genocide. Waarheidsstrategieën van rechters en historici
Waarom noemt het niod de gebeurtenissen in Srebrenica ‘massamoord’ terwijl het Joegoslavië-tribunaal ze als ‘genocide’ bestempelde? Wordt hier de lijn doorgetrokken van het voormalige riod, dat destijds in verband met de politionele acties sprak van ‘excessen’ in plaats van ‘oorlogsmisdrijven’, of ligt het ingewikkelder? Waarom kijken rechters anders tegen historische feiten aan dan historici? En is het mogelijk tegelijk te veroordelen en te begrijpen?
Jan van der Dussen - De bredere context in het Srebrenica-rapport. Achtergronden en oorzaken
Door de nadruk te leggen op het nationalisme ‘als zodanig’als belangrijke causale factor geeft het niod-rapport een misleidend beeld van de achtergronden van het conflict in (voormalig) Joegoslavië. Omdat het een voor de regio ‘normale’ omstandigheid betreft, moeten de werkelijke oorzaken elders worden gezocht. Ten aanzien van de analyse hiervan blijft het rapport evenwel in gebreke. Dit toont zich het duidelijkst in de wijze waarop de Tweede Wereldoorlog ter sprake wordt gebracht.
Michiel Baud en Frank van Vree - Geschiedschrijving, politiek en moraal
Is het mogelijk historisch onderzoek te doen zonder zich rekenschap te geven van de politieke en morele implicaties daarvan? De onderzoekers die het niod-rapport over Srebrenica schreven, lijken die mening inderdaad toegedaan. Zij volgen daarmee het spoor van Hans Bloms vroegere kritiek op de geschiedschrijving van de Tweede Wereldoorlog. Het is echter de vraag of deze opvatting de kwaliteit van het rapport als geschiedwerk én als vertrekpunt van een politiekmaatschappelijk debat wel ten goede is gekomen.
Frank Ankersmit - ‘Een schuld zonder schuldigen?’ Morele en politieke oordelen in het Srebrenica-rapport
Het Srebrenica-drama in juli 1995 confronteerde het denkend deel der natie en de politiek met twee nauw verwante vragen. Welke steken had Nederland daar laten vallen en in welke mate maakte dit ons land medeschuldig aan, of althans medeverantwoordelijk voor de verschrikkelijke gebeurtenissen daar? In dit artikel is het niod-rapport uitgangspunt voor de beantwoording van beide vragen. Tevens is er aandacht voor de vraag hoe het niod-rapport deze vragen benadert en wat daar wel en niet bevredigend aan is.
Rik Peters - Tussen logica en retorica. Argumentatie in het niod-rapport
Historici willen niet alleen gelijk hebben, maar ook gelijk krijgen. Hiervoor hebben ze veel over, zelfs drogredenen. Op basis van de moderne argumentatietheorie legt dit artikel een aantal drogredenen op verschillende niveaus in het niodrapport bloot. De redenering dat meer details tot meer historisch inzicht leiden, het niet aan de orde stellen van mogelijke voor- en nageschiedenissen van cruciale gebeurtenissen en het gebruik van special pleading passeren hier de revue.
J.C.H. Blom en B.G.J. de Graaff - Het Srebrenica-onderzoek. Een extreem geval van eigentijdse geschiedenis
Wat waren de voornaamste problemen waarmee de Srebrenica-onderzoekers te maken kregen? Hoe theoretisch waren de vragen? Zijn dit dezelfde theoretische problemen die de geschiedtheoretici aansnijden in hun reacties op het rapport? En als dat zo is, komen de antwoorden dan overeen? In het licht van hun ervaringen reageren twee van de Srebrenicaonderzoekers op de geschiedtheoretische en historiografische beschouwingen naar aanleiding van het rapport.
Epiloog
Personalia |